Categorie: Laadinfrastructuur

Verplichtingen voor laadpunten bij parkings

In bepaalde gevallen is het verplicht om laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen te installeren op parkeerterreinen van gebouwen. Concreet gaat het over verplichte installatie van oplaadpunten of wachtleidingen op parkeerterreinen bij gebouwen waarvoor sinds 11-3-2021 een omgevingsvergunning voor nieuwbouw of ingrijpende renovatie wordt aangevraagd.
OP DEZE PAGINA

Sinds 11 maart 2021 gelden nieuwe verplichtingen voor de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen op parkeerterreinen van gebouwen. Concreet zijn ze van toepassing op gebouwen waarvoor vanaf 11 maart een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor nieuwbouw of voor een ingrijpende renovatie. Vanaf 2025 komt er ook een verplichting voor de installatie van oplaadpunten op parkeerterreinen van bepaalde bestaande gebouwen. Deze verplichtingen komen er als gevolg van de omzetting van de Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen. Ze zijn noodzakelijk om de transitie naar zero-emissie-transport te ondersteunen.

Een ‘ingrijpende renovatie’ is – specifiek in het kader van elektromobiliteit – de renovatie van een gebouw of parkeergebouw, waarbij meer dan 25% van de oppervlakte van de bouwschil een renovatie ondergaat.

Verplichtingen voor gebouwen die niet voor bewoning bestemd zijn

Niet voor bewoning bestemde gebouwen of parkeergebouwen (nieuwe of bestaande die ingrijpend gerenoveerd worden) met een parkeerterrein met meer dan 10 parkeerplaatsen worden cumulatief voorzien van:

minstens 2 oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor een elektrisch voertuig
infrastructuur voor leidingen (of op zijn minst goten voor elektrische kabels) voor minstens 1 op 4 parkeerplaatsen, om de installatie van oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.
Daarnaast worden alle bestaande niet voor bewoning bestemde gebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen uiterlijk op 1 januari 2025 uitgerust met minstens 2 oplaadpunten voor normaal of hoog vermogen voor een elektrisch voertuig.

In de praktijk: elke parking van een grote handelszaak of bedrijf met veel werknemers of bezoekers, moet dus tegen 2025 over 2 laadpalen beschikken, ook als ze tussen nu en 2025 geen omgevingsvergunning aanvragen.

Technische vereisten laadpunten

Om te voldoen aan de verplichtingen moet een oplaadpunt een vermogen kunnen leveren dat groter is dan het vermogen van een standaardstopcontact (groter dan 3,7 kW of 16 A) en specifiek als doel hebben om elektrische voertuigen op te laden. Hierbij moet het oplaadpunt ten minste uitgerust zijn met één van de onderstaande connectoren:

Type 2 connector voor het laden met wisselstroom (AC), zoals omschreven in de norm EN62196-2.
Combo 2 connector voor het laden met gelijkstroom (DC), zoals omschreven in de norm EN62196-3.
De minister kan bijkomende technische vereisten opleggen waaraan de infrastructuur moet voldoen.
Verplichtingen voor gebouwen die voor bewoning bestemd zijn

Bij nieuwe woongebouwen met een parkeerterrein met 2 of meer parkeerplaatsen gaat het voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 11 maart 2021 om de verplichte installatie van de nodige infrastructuur om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen op elke parkeerplaats in een later stadium mogelijk te maken.

U laat dus leidingen plaatsen, of op zijn minst goten voor elektrische kabels, maar de laadpaal zelf hoeft er nog niet per se te staan.

Dezelfde verplichtingen gelden voor bestaande woongebouwen met een parkeerterrein met meer dan 10 parkeerplaatsen, waarvoor vanaf 11 maart 2021 een omgevingsvergunning is aangevraagd voor een ingrijpende renovatie.

Hierbij wordt een oprit niet gezien als een parkeerplaats, maar als een toegangsweg. Voor een binnengarage met twee plaatsen zal er bij nieuwbouw wel laadinfrastructuur nodig zijn.

Bestaande gebouwen

Voor bestaande woongebouwen waarbij geen ingrijpende renovatie gepland is, zijn er geen verplichtingen voor laadpunten of -infrastructuur.

Parkeerterreinen

De verplichtingen gelden

als het parkeerterrein zich binnen het gebouw of parkeergebouw bevindt
als het een naastgelegen parkeerterrein betreft
als, in geval van ingrijpende renovaties, de renovatiemaatregelen ook betrekking hebben op het parkeerterrein of de elektrische infrastructuur van het gebouw, parkeergebouw of parkeerterrein.
De verplichtingen gelden niet als het gaat over de oprit van een woning. Die wordt niet als een parkeerterrein beschouwd, maar als een toegangsweg.
Voor wie en sinds wanneer?

De verplichtingen gelden voor gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd sinds 11 maart 2021. De eigenaar van het gebouw of de vergunninghouder is verantwoordelijk om hieraan te voldoen.
Uitzonderingen

Bij ingrijpende renovaties gelden de verplichtingen alleen voor dat gedeelte van de werken aan en investeringen in oplaadinstallaties en leidingen waarvan de kosten niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van de renovatie.

Handhaving

De handhaving van de verplichting gebeurt door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).

Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de verplichtingen is voldaan, kan het VEKA een administratieve geldboete opleggen van:

2.000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen
1.000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.
Regelgeving

Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid(opent in nieuw venster), TITEL XI/1. Elektromobiliteit en Afdeling VI. Administratieve sanctie wegens niet-naleving van de eisen bij elektromobiliteit.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid(opent in nieuw venster), TITEL IX/1. Elektromobiliteit.

Shell moet CO2-uitstoot drastisch verminderen van rechter

Oliebedrijf Shell moet de CO2-uitstoot die het veroorzaakt drastisch omlaag brengen. Dat heeft een Nederlandse rechtbank woensdag bepaald. De uitstoot moet uiterlijk in 2030 met 45 procent zijn verminderd ten opzichte van het niveau van 2019. De uitspraak kan een precedent betekenen voor de hele olie-industrie.

Het vonnis is een wereldwijd unicum. Nooit eerder verplichtte een rechtbank een groot oliebedrijf tot meer actie tegen de uitstoot van broeikasgassen. Die uitstoot draagt bij aan de opwarming van de aarde en daar moet Shell iets tegen doen, vinden de rechters.

De zaak was aangespannen door de Nederlandse milieuorganisatie Milieudefensie, gesteund door ruim 17.000 burgers. De uitspraak is enkel bindend in Nederland, maar kan een precedent betekenen voor rechtszaken in andere landen.

Belangrijk in het vonnis is dat de rechter een onderscheid maakt tussen de uitstoot die Shell als bedrijf zelf veroorzaakt en de uitstoot die voortkomt uit het gebruik van de fossiele brandstoffen die het verkoopt. Als het gaat om de Brits-Nederlandse multinational zelf, is de vermindering van 45 procent in 2030 een resultaatverplichting. Waar het gaat om de uitstoot van leveranciers én eindgebruikers, is het een ‘zwaarwegende inspanningsverplichting’. Dat betekent dat Shell moet kunnen aantonen dat het zijn best doet om aan de opgelegde doelstelling te voldoen.

Shell moet ‘het hare doen om bij te dragen aan het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering’, zei de rechter die de uitspraak deed. Voor de rechtbank staat vast dat de multinational bijdraagt aan de opwarming van de aarde ‘vanwege de enorme omvang van de CO2-uitstoot waar ze verantwoordelijk voor is’.

De rechters verwijzen in het vonnis onder meer naar de inzichten van VN-klimaatpanel IPCC. Dat heeft scenario’s opgesteld waaraan voldaan moet worden om de uitstoot zodanig snel te verminderen, dat de opwarming van de aarde niet boven de 1,5 graad uitkomt.

Een ander cruciaal punt is dat de rechter het heeft over de netto uitstoot. Dat betekent dat het Shell is toegestaan om compenserende maatregelen te treffen. Shell wil dat bijvoorbeeld doen door bomen te planten die CO2 opnemen, en door CO2 af te vangen en ondergronds op te slaan, zodat het niet de lucht in gaat.

Tegen de uitspraak is beroep mogelijk.

Bron: https://trends.knack.be/economie/bedrijven/shell-moet-co2-uitstoot-drastisch-verminderen-van-rechter/article-news-1738859.html

Het duurt niet lang meer voor elektrische auto’s goedkoper zijn dan benzine- en dieselmodellen

Elektrische voertuigen zijn vanaf 2027 goedkoper dan benzineauto’s, zo staat in een nieuw rapport. Dat komt doordat de batterijkosten dalen en de vraag stijgt.

Het rapport is gepubliceerd door BloombergNEF, dat gespecialiseerd is in analyses van elektrische voertuigen. Volgens het rapport liggen de productiekosten voor elektrische gezinsauto’s en SUV’s al in 2026 lager dan die van benzinewagens. Een jaar later is ook de elektrische stadsauto goedkoper dan de benzinevariant. In 2030 liggen de kosten zelfs al 58 procent lager dan in 2020. Reden is volgens het rapport vooral dat accu’s goedkoper worden.

Volgens de studie veroorzaken de lagere kosten een sterke stijging van de vraag naar elektrische voertuigen. Er wordt zelfs voorspeld dat de betaalbaarheid van elektrische auto’s ertoe leidt dat in 2035 honderd procent van de verkoop van personenauto’s in Europa elektrisch is. Met de juiste maatregelen, zoals het versterken van de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en strengere CO2-emissiewaarden voor modellen met verbrandingsmotor, zou dat volgens het rapport moeten kunnen.

Groene partijen grijpen het document aan om erop te wijzen dat er voor 2035 een verbod op de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s in heel Europa moet komen. Een aantal Europese landen wil al vanaf 2030 een verbod op de verkoop van deze modellen. Op dit moment vindt 81 procent van 15.000 automobilisten in Engeland dat elektrische auto’s momenteel te duur zijn om er vandaag een te kopen. Het rapport van BloombergNEF werd gemaakt in opdracht van Transport & Environment.

Bron: https://www.hln.be/auto/het-duurt-niet-lang-meer-voor-elektrische-auto-s-goedkoper-zijn-dan-benzine-en-dieselmodellen~a10096fe/ 

Analyse lokaal energie- en klimaatpact

Op 08/12 lanceerden ministers Demir en Somers een nieuw Lokaal Energie- en Klimaatpact. Het plan moet de brug vormen met het Vlaams Energie- en Klimaatpact en moet lokale besturen ondersteunen in het behalen van hun klimaatambities. Voor gedeelde mobiliteit is vooral de derde werf van belang; “Elke buurt deelt (koolstofvrije (deel)mobiliteit) en is duurzaam bereikbaar”.

Op Vlaams niveau is het de bedoeling om de uitstoot van transport met 23% te doen dalen tegen 2030. Die doelstellingen worden in het lokaal energie- en klimaatpact doorvertaald naar concrete ambities.

Eén van de doelstellingen van de derde werf is 1 toegangspunt voor een (koolstofvrij) deelsysteem per 1.000 inwoners. ‘Toegangspunt’ wordt in de tekst omschreven als toegang tot een deelwagen, wat zowel roundtrip, free floating als particulier autodelen omvat. Uitgaande van gemiddeld 2 deelwagens per toegangspunt is het de ambitie om tegen 2030 13.200 deelwagens extra te hebben in Vlaanderen, goed voor een stijging van 340%.

Naar CO2-reductie worden voor deelmobiliteit geen concrete klimaatdoelstellingen geformuleerd.

Tot slot gaat men er vanuit dat tegen 2030 50% van de verkochte wagens elektrisch is, wat zou neerkomen op 660.000 voertuigen. Uitgaande van 10 wagens per laadpunt schat de Vlaamse Regering in dat er 66.000 laadpunten nodig zijn.

ONDERSTEUNING VOOR LOKALE BESTUREN

De Vlaamse Overheid voorziet o.a. de volgende ondersteuning naar lokale besturen:

Opstartsubsidies voor een elektrisch autodeelsysteem (10 miljoen euro)
Het plaatsen van laadpalen via Vlaams Relanceplan (15 miljoen euro)
Het oprichten van een Vlaams parkeerregister voor deelwagens om deelwagens te registreren zodat ze in alle Vlaamse gemeenten gratis kunnen parkeren
Het uitwerken van een Vlaamse standaard erkenning voor het ganse grondgebied (naar analogie met de LEZ) en een daarbij horend kwaliteitskader
Het koolstofvrij maken van het eigen wagenpark
ACTIES DOOR LOKALE BESTUREN

Daarnaast beschrijft het pact een aantal concrete acties die lokale besturen kunnen nemen:

Het verder inzetten op het koolstofvrij maken van het wagenpark en het te delen met inwoners
Het voorzien van reservatiezones voor deelmobiliteit aan Hoppinpunten
Het uitbouwen van (snel)laders op (semi)publiek terrein
Het uitbouwen van deelsystemen in samenwerking met specifieke doelgroepen (zoals garages)
Het promoten van particuliere en participatieve deelplatformen
Specifieke vereisten opnemen in bouwverordeningen en -reglementering
Ontmoedigen (via duurder maken) van de tweede bewonerskaart

Het plan heeft dus de nodige ambitie omtrent gedeelde mobiliteit. We houden jullie op de hoogte van toekomstige opportuniteiten via onze infokanalen.

bron: autodelen.net

Translate »